heemkundige kring 'De Meiboom'

Inhoud tijdschrift 2020-2021

37ste jaargang nr.1

januari-februari-maart 2020

 

Christophe Courtens: De geschiedenis van de patronage.

 

OF HOE ALLES STARTTE MET 'DEN GROOTEN OORLOG' ...
In het Liber Memorialis van de parochie, ten tijde van pastoor Prosper Lecoutere (1906-1929) staat: 'In 1909 wordt de grond aangekocht om een zaal op te zetten en is deels betaald met giften van de parochianen'. Het stuk grond is gekend onder het kadastraal nummer 'Sectie B 846c12 - Poststraat - Gullegem'. Dit stuk grond, mede met een woonhuis voor de onderpastoor, gelegen in de Poststraat naast de toegang, behoorde eertijds tot de goederen van 't Goet te Wynckele die in 1902 door de zeer vermogende Brusselaar Alfred Orban werden opgekocht. Door de aankoop in 1909 werd het nu eigendom van de parochiale werken van Gullegem...

 

Carl Vanackere: Het naoorlogs parochieblad 'als 't klokje klept'.

 

De rooms-katholieke kerk wordt vandaag in onze contreien met zaken geconfronteerd die pakweg zestig, zeventig jaar geleden ondenkbaar waren: afhakende gelovigen, ontwijding en verkoop van kerkgebouwen, weinig of geen interesse meer in een geestelijk leven, een priestertekort ... Je zou kunnen zeggen: mensen hebben het te druk voor God.
Van een andere aard, maar er misschien toch niet helemaal van losstaand, is er de enorme technologische vooruitgang van de jongste decennia. In de jaren '40 en '50 was een telefoon nog een luxe. De radio was al ingeburgerd. Alleen een krant was toen, om het zo te zeggen, 'voor iedereen'.

 

Luc Saver: De familienamen Masselis-Mestdagh.

 

Een familienaam laat de meesten onder ons vrij onverschillig, voor anderen is hij een voor- werp van trots, en sommigen dragen hun naam met een zekere gêne of zelfs afschuw. Dat laatste kan het geval zijn als men een naam deelt met een beruchte crimineel of een verwer- pelijk historisch figuur. Zeker wanneer een dergelijke familienaam niet erg frequent is (bv. Dutroux), zal de onfortuinlijke drager niet aarzelen om zijn of haar naam te laten veranderen...

 

Therese Lagae-Vanhecke: Fratsen op het Duits oorlogskerkhof in de molenweg.

 

Alberiek Spillebeen, geboren in Roesbrugge op 3 juni 1932 woonde in zijn kinder- en jeugd- jaren in Gullegem. In 1960 vestigde hij zich in Zwevegem, stichtte 't Berkenhof en werd de eerste beroeps-bioboer in West-Vlaanderen. Hij vertelde ons het volgende verhaal...

 

Fons Gheysen: De geschiedenis van 't Goed Te Winckele en de familie Gheysen.

 

is een aanvulling en een correctie van 'De Geschiedenis van de Gullegemse hofsteden: De Hoeve 't Goed te Wyncke/e' verschenen in 't Meiboompjejaargang 36 (2019}, nr. 1
Ik ben al meer dan 30 jaar geabonneerd op 't Meiboompje, want interesse in het dorp waar mijn voorouders woonden. Tot nu toe werd er maar weinig geschreven over de familie Gheysen, die toch belangrijke dorpsfiguren waren tussen 1650 en 1840: hoofdmannen, baljuw en/ of burgemeester...

37ste jaargang nr.2 

april-mei-juni 2020

 

jaak Debusseré: Huis en heerd en de bouw van de wijk Ter Walle.

 

1922 - Stichting van de Samenwerkende Maatschappij Huis en Heerd
In 1920 werd in België de 'Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonver- trekken' (NMGWW) opgericht krachtens de wet van 11 oktober 1919. Aandeelhouders waren de Belgische staat en de provincies. De doelstelling van deze maatschappij was om goedkope woningen te voorzien aan minderbegoede gezinnen...

 

Nancy Vandoorne: Het ontstaan van de Ter Walle feesten.

 

De wijk bestaat uit de straten Dreef Ter Walle, Wallekouter, Vijverlaan, Ommeloopstraat {vroegere Parklaan}, Kerselarenlaan, Europalaan {vroegere Kortrijkstraat) en Strobantsreke.
We schrijven oudejaarsavond 1974: de buren André Debruyne, Marcel Hugelier en Michael Himpe vierden samen oudejaarsavond. Zij vonden dat ze iets moesten organiseren om de buurt dichter bij elkaar te brengen om zo de vriendschapsbanden te verstevigen...

 

jessica Corty: Avonturen van Ter Wallebestuursleden.

 

Elke dag worden we met dergelijke clichés om de oren geslagen, voor volwassenen klinken ze als bewezen levenswaarheden, voor de aanstormende jeugd vaak als waarschuwende dreige- menten. Wat de avonturen van het bestuur van Ter WalIe echter betreft, zullen zowel de jonge als de meer ervaren garde toch met de nodige glimlach moeten toegeven dat veel van hun fratsen vandaag minder snel door de beugel zouden kunnen...

 

Nicole Descamps: Het wijkschooltje 'Ter Walle'.

 

Rond het jaar 1960 was er een zeer grote bevolkingsaangroei in Gullegem. Er kwamen bedrij- ven bij (zoals LVD en andere) en de mensen vonden er makkelijk werk.
Er werd uitgekeken naar een nieuwe woonwijk. De bouwmaatschappij Huis en Heerd kreeg de opdracht en goedkeuring voor de nieuwe wijk Ter Walle, gelegen tussen de Kortrijkstraat en de Oude leperstraat.
De eerste huizen werden bewoond in 1963. Het waren allemaal jonge mensen met kinderen, dus ideaal om er een schooltje te starten...

 

Ronny Parmentier: Een aardgasdistributienet voor de wijk Ter Walle.

 

De bewoners van de wijk Ter Walle die behoren tot de millenniaIs of de generatie Zen die een spiegeleitje willen bakken, zetten een teflon pan op het gasvuur en in een handomdraai is de klus geklaard. Zij weten van niet beter dat er tegenwoordig bijna in elk huis in elke keuken gasvuren aanwezig zijn, alsof het nooit anders geweest is...

 

Jaak Debusseré: De O.-L.-Vrouwkapel van de wijk Ter Walle.

 

Bij het binnenrijden van de Gullegemse woonwijk Ter Walle vanuit de Oude leperstraat wordt iedereen gegroet door het levensgroot witte beeld van O.-L.-Vrouw van Banneux op een sok- kel in een niskapel tegen een haag op de hoek van de Dreef ter WalIe en de Ommeloopstraat...

 

Carine Desimpele: Het leven zoals het is of was op de wijk Ter Walle.

 

Wanneer je in Gullegem of omstreken aan mensen vraagt wat de naam 'Wijk ter Walle' juist oproept, hoor je vaak als antwoord: 'Ah ja, die wijk vlakbij het VTI' (het huidige Guldensporencollege). Maar even vaak hebben ze het over 'de wijk waar nog elk jaar een feest plaats vindt'. En beide antwoorden zijn natuurlijk even juist...
 

37ste jaargang nr.3 

juli-augustus-september 2020

 

Luc Saver: Bluv' in u kot.

 

Wie had dat ooit kunnen denken? Dat een wereldwijde gezondheidsplaag ooit kopij zou ople- veren voor een artikel in het heemkundige tijdschrift van een West-Vlaams dorp? Dat de coronacrisis, die de hele aardbol teistert, een bron van inspiratie zou zijn voor een bijdrage in 't Meiboompje?

 

Jaak Debusseré: Henri De Brabander, pastoor in gullegem van 1951 tot 1962.


Henri Frans Stefaan De Brabandere werd geboren te Meulebeke op 4 oktober 1893 als zoon van Conrardus Honoré De Brabandere en Celina De Brabandere. Hij was een rasechte Meulebekenaar en stamde uit een gereputeerde aristocratische familie die drie generaties na elkaar de notaris van de gemeente leverde. Ook vader Honoré De Brabandere was notaris. Het gezin telde acht kinderen, alleen Henri voelde zich geroepen om priester te worden. Hij startte zijn eerste jaar Wijsbegeerte 1913-1914 van zijn priesteropleiding aan het Klein Seminarie in
Roeselare.

 

†Jean-Marie Viaene: De Gullegemse en Moorseelse roots van chansonnier Jacques Brel.

 

quand la plaine est fumante et trem bie sous Juil/et quand Ie vent est au rire, quand Ie vent est au blé quand Ie vent est au Sud, écoutez-le chanter Ie plat pays qui est Ie mien

uit 'Le Plat Pays' 1962.

 

Dit chanson van Jacques Brel is een ode aan het vlakke land, ons West-Vlaanderen, waar de roots van de familie Brel van vaderszijde voor een groot deel liggen (Zandvoorde bij Zonnebeke), al situeren zijn verre voorouders zich voor 1730 in Komen-Comines.

 

Bart Seynaeve: meer vrouw op straat.

 

Mijn vrouw Sabien had de voorbije jaren al een paar keer gevraagd: "Waarom schrijven jullie niet eens wat vaker over een vrouw?" Toen Sabien en ik begin maart 2020 samen naar het eerste deel van de tv-reeks 'Meer vrouw op straat" zaten te kijken, vroeg Sabien zich luidop af hoe dat in Gullegem zou zijn. En of 'De Meiboom' dat al eens bekeken had?

 

Gabriël Herman: oorlogsliedjes en -versjes 1940-1945.

 

Naar aanleiding van de oorlogsversjes en -liedjes van Leo Ponseele in de 36ste jg. nr. 3 van 't Meiboompje bracht Gabriël Herman volgende liedjes binnen. Met plezier publiceren wij ze.

 

jaak Debusseré: 1850 Gullegem rouwt om Koningin Louise Marie.

 

Na zijn installatie als koning van België vinden zowel zijn onmiddellijke omgeving als koning Leopold zelf dat het tijd wordt om officieel voor een nageslacht te zorgen. Om dat te bewerk- stelligen besluit hij opnieuw te trouwen. Zijn keuze valt op de 19-jarige prinses Louise Marie d'Orléans, een van de drie dochters van de Franse koning Louis Philippe.

 

†Jean-Marie Viaene: Ze kochten snoepgoed voor een cent.

 

Wie nu zijn kleine kinderen meeneemt op boodschap in een grootwarenhuis moet heel wat karakter hebben om te weerstaan aan het gezeur om snoep en dan vooral bij het wachten aan de kassa. Begin de jaren 60 van de vorige eeuw was het aanbod zeer beperkt en moest je al naar de buurtwinkel (een spekkenwinkel} stappen om er te kopen. Soms kreeg je er eentje als je moeder afrekende, behalve bij de beenhouwer want daar kreeg je een 'schelleke'. Oudere lezers herinneren zich ongetwijfeld het snoepwinkeltje van 'Bing' (Urbain Haemers} in de vroegere Rozestraat.

 

Uit ons archief: Jaargetijdesantje van kermismaandag 1957 en 1958.

 

37ste jaargang nr.4

oktober-november-december 2020

 

jaak Debusseré: De eerste gedrukte communiesantjes van pastoor Verrou.

 

Weinigen weten dat vroeger de eerste communie omstreeks 12 jaar gedaan werd, tot paus Pius X in 1910 het bereiken van de ‘jaren van verstand’ of de ‘jaren des onderscheids’ met enkele jaren vervroegde. De eerste communie gebeurde vanaf dan omstreeks de leeftijd van 7 jaar en voor de ‘grote’ communie omstreeks 12 jaar. Er werd dan een nieuwe naam gevonden, de ‘Erecommunie’ of ‘Plechtige Communie’. postconciliair spreekt men nu over de ‘Plechtige hernieuwing van de doopbeloften’, meestal gekoppeld aan het vormsel...

 

Hendrik Ghesquiere, ✝︎Jean-Marie Viaene: Petronella Moens, een literaire bv uit Nedeerland van de Achtiende eeuw met roots in Gullegem.

 

Wie nog eens naar Sluis trekt, om er te winkelen, te eten of voor de sfeer, moet zeker eens doorrijden naar Aardenburg, op nauwelijks 5 km van Sluis,een van de mooiste stadjes van Nederland.Naast de St.-Bavokerk in Aardenburg staat een zwarte bus-te van een oud rondborstig vrouwtje met de ogen dicht. Weinig Nederlanders en nog minder Vlamingen weten wie Petronella Moens is, want zo heet ze. Nog minder dat haar voorouders belangrijke inwoners waren in het Gullegem van de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw. Maar daarvoor moeten wij even een hele stap terug in de tijd...

 

Luc Saver: Familienamen Neyrinck-Noppe.

 

Van schrijvers, kunstenaars, mensen uit de showwereld is het genoegzaam bekend dat ze soms hun ware identiteit verhullen achter een schuilnaam. Frank Lateur vond wellicht dat het allittererende Stijn Streuvels als nom de plume beter bekte dan zijn eigenlijke naam, die hij misschien wat flets vond. De in december 2019 overleden kunstenaar Panamarenko verkoos zijn artiestennaam boven Henri Van Herwegen, want te aards voor zijn (al of niet) vliegende constructies. En van zangeres Liesbeth List, ook niet zo lang geleden gestorven, vernam ik pas bij haar dood dat haar echte naam Elly Driessen was. Die naam wisselde ze voor de ons bekende naam toen ze na een ongelukkige jeugd in een warm pleeggezin terechtkwam en als dank voor haar pleegouders hun familienaam adopteerde. Of er in Gullegem mannen of vrouwen met een pseudoniem wonen, weet ik niet. Tot nader order ga ik ervan uit dat de familienamen alhier niet dubbelgeleed zijn. Neem nu Neyrinck, een naam die bij mijn weten niet door een BV gedragen wordt, maar dat net zo goed zou kunnen. Niet dat de Gullegemse Neyrincks hiervan wakker liggen, denk ik...

 

✝︎Firmin Depuydt, ✝︎Jean-Marie Viaene: De 18-daagse veldtocht door de ogen van een Gullegemse piot.

 

Toen Hitler met zijn Duitse troepen op 1 september 1939 Polen binnenviel, kon België niets anders dan zijn leger (verder) mobiliseren met reservisten. Actieve regimenten waren al eind augustus 1939 onder de wapens, vanaf september 1939 werden ook de reservisten opgeroepen...

 

Hendrik Ghesquiere: De Gullegemse pennenkohieren 1571,1573 en 1577.

 

Ontstaan tijdens woelige tijdenOnder de hertogen van Bourgondië, in het bijzonder Philips de Goede en Karel de Stoute, begon in de vijftiende eeuw een centralisatieproces. De Zeventien Provinciën, die samen de Nederlanden vormden, hadden van oudsher veel te zeggen over hun eigen affaires. De Bourgondische en na hen de Habsburgse heren met Maximiliaan van Oostenrijk en Philips de Schone, wilden daar een eind aan maken. Daarbij werd de macht langzaam van lokale (stads)bestuursorganen en edellieden overgeheveld naar het hertogelijke hof in Brussel. De aanhoudende ruzies, territoriumuitbreidingen en hun flamboyante feestelijkheden nood-zaakten de hertogen tot enorme kosten. Tal van beden(een soort belasting) werden uitge-schreven, die de bevolking moesten ophoesten.

 

De Bart Seynaeve: De steen van Heinrich Rauls komt terug.

 

Op 4 augustus 1914 vallen de Duitse troepen in de omgeving van Luik het neutrale België binnen. In oktober worden de eerste Duitse verkenners in Gullegem opgemerkt. Kort daarop wordt ons dorp ingenomen en bezet, een bezetting die vier jaar zal duren. Gullegem ligt op amper 15 km van het front en komt in het 'Etappengebiet' te liggen; een gebied dat onder Duits militair bestuur valt en waar soldaten komen uitrusten na hun acties aan het front.

38ste jaargang nr.1

januari-februari-maart 2021

 

 

Jaak Debusseré: Straatnamen in gullegem, De Zevenkaven.

 

De straatnaam 'Zevenkaven' anno 2020 is de naam voor de straat die van west naar oost de Nekkerplas (de vroegere Lindestraat) verbindt met de Pijplap tussen het kruispunt met de Kwadestraat en Sint-Amandusdreef en het kruispunt met de Beekstraat, en haar drie dood- lopende zijstraten van de in 1970 aangelegde woonwijk op de aanpalende gronden van de hoeve 't Goed te Wynckele (hoeve Degraeve).

 

Jaak Debusseré: Merkwaardige Gullegemnaren, Professor doctor André Deruyttere, burgerlijk metaalkundig ingenieur, hoogleraar Katholieke universiteit Leuven.

 

Het ereburgerschap van een stad of gemeente wordt toegekend aan een, al dan niet ex-, in woner die grote faam en aanzien heeft verworven of aan iemand die met zijn/ haar bijzondere verdienste een internationale uitstraling heeft gegeven aan die stad of gemeente. Zoeken op het internet naar een ereburger van de gemeente Gullegem is teleurstellend: wij vinden geen enkele en dat zal nu wellicht voor altijd zo blijven omdat de 'gemeente Gullegem' sinds 1977 officieel niet meer bestaat en wij in de 'gemeente Wevelgem' wonen. Als heemkundige kring van Gullegem menen wij echter dat de titel van 'ereburger van Gullegem' postuum kan toe- gekend worden aan de in 2004 overleden André Deruyttere.

 

Luc Saver: De familienamen Parmentier-Pat(t)yn-Quidousse.

 

Zouden wij ervan opkijken als iemand vandaag Viroloog als familienaam draagt? Of lnfectiologe of Microbioloog heet? Ja, natuurlijk. Mark Van Ranst, Erika Vlieghe en Herman Goosens mogen dan wel zo ongeveer de status van moderne rockster hebben (wellicht zeer tegen hun zin), opdat hun wetenschappelijke beroep tot familienaam zou gepromoveerd worden, zijn deze - overigens erg gerespecteerde - experten ruim 200 jaar te laat geboren of actief. Nee, vandaag komen geen Victor Viroloog, Ine lnfectiologe of Michaël Microbioloog ter wereld.

 

Hendrik Gesquiere: Kunstschilder Gaston Quidousse.

 

Op zaterdag 12 november 1938 wordt in het kroostrijke gezin Maurice Quidousse-Zulma Lommens het zevende kind geboren. In het Gullegems bevolkingsregister wordt hij ingeschreven onder de naam Gaston Luciaan Quidousse.

38ste jaargang nr.2

april-mei-juni 2021

 

 

Jacques Masselis: 't kobbegat


Je zou kunnen stellen dat de storm van mei '68 een rimpeling in Gullegem veroorzaakte.


voorgeschiedenis


Begin jaren '70 wordt vanuit de studentenclub 'Moeder Gullegem' in de kelder van de patronage "t Ateljeetje' opgericht.
In een tweetal maand tijd werd de kelder opgekuist en ingericht als een cafeetje. Een 'gevonden' zware balk werd op enkele gemetste muurtjes gemonteerd en deed dienst als bar. Afgedankte kerkstoelen en uit triplex gemaakte vierkanten bakjes vervolledigden het meubilair. Enkele betrokkenen waren Louis Seynaeve, Rik Demeestere, Marc Vandamme, Wilfried Vandeghinste, Jan Coucke ... jonge bijna twintigers en jonge twintigers die mei 68 vrij bewust meemaakten. leiders uit de jeugdbewegingen (Chiro, K.S.A., KAJ), studenten, KLV mensen, arbeiders, vormden er een vriendenclub 'Prometheus'. Van bij aanvang werd duidelijk gesteld dat iedereen, ongeacht politieke kleur, welkom was...

38ste jaargang nr.3

julie-augustus-september 2021

 

Hendrik Ghesquiere: Terryns molen of 'nieuwen plaetsemolen' in de kwadestraat.

 

In de feodale tijd, vóór de Franse Revolutie, geldt het fiscale stelsel dat een belasting legt op het gebruik van wind en water en dit vooral ter bescherming van het alleenrecht van de leenheer. Een nieuwe molen oprichten voor persoonlijke uitbating is bijzonder moeilijk. Pas halfweg de achttiende eeuw, door diepgaande teloorgang van dit feodaal stelsel, ontstaat vrije ruimte om nieuwe molens op te richten. Heel wat leenheren kunnen, vooral omwille van hun financiële perikelen, hun macht en invloed niet meer ten volle in stand houden.

Hun machtspositie wankelt .

 

Lien Staelens, Bart Seynaeve: Kinderkoor Canteclaer (1984-2010).

 

Het Kinderen voor Kinderen Festival, een zangwedstrijd voor kinderkoren uit Nederland, werd voor het eerst uitgezonden op de Nederlandse televisie in 1989. Vanaf 1990 was het een zangwedstrijd tussen vier Vlaamse en evenveel Nederlandse kinderkoren. Het festival werd zowel op de Belgische televisie (BRT) als de Nederlandse televisie (VARA) uitgezonden. Presentators van het Kinderen voor Kinderen Festival waren o.a. Jan Douwe Kroeske, Veerle Keuppens en Bart Peeters. Het laatste Kinderen voor Kinderen Festival dateert van 1992.

 

Luc Saver: de familienamen Sabbe-Sein(h)aeve.

 

Wees gerust, dit artikel gaat nu een keer niet over de zoveelste vervelende coronavariant of over de veel te trage leveringen van vaccins. Het leven is na meer dan een jaar coronavirus en bijhorende lockdown al saai genoeg. Alle dagen eender, geen café om aan de toog een pint te hijsen, geen restaurant om na al die maanden meeneemchinees of afhaalpizzeria eens exquis te dineren, uw en mijn humeur hebben intussen een dieptepunt bereikt. En als ik dan zou zeggen dat uw familienaam, waarop u - terecht overigens - trots bent misschien een vonde- lingennaam is, dan zal ik het waarschijnlijk helemaal verkorven hebben.

 

Bart Seynaeve: 2020 was een kutjaar.

 

Het jaar 2020 zal nog lang in ieders geheugen blij- ven hangen als een rampjaar. 2020 was een jaar waarvan niemand had verwacht dat het zo zou lopen. De oorzaak ligt, zoals je wel weet bij Covid,